Kan ik het helpen?

‘Dat jasje hoort aan de kapstok. Hoe vaak moet ik dat nog zeggen? ‘
‘Breng dat kopje naar het aanrecht.’
‘Ruim de schuur eens op. Ik kan mijn kont er niet keren.’
‘Zet die muziek zachter.’
‘Je haar zit voor geen meter. Ga eens naar de kapper, man.’
‘Dat overhemd staat je niet, maakt je veel te bleek.’
‘Ja, neem nog een koekje. Je kan het hebben.’
‘Kom eens achter die laptop vandaan.’
‘Je hebt iets op je kin zitten.’
‘Er hangt iets uit je neus.’
‘Je mag je oorharen ook weleens bijwerken.’
‘Je ruikt een beetje zurig.’
‘Laat me los, daar heb ik helemaal geen zin in.’Stefan vroeg heel voorzichtig.
‘Wanneer moet je ongesteld worden?’

Toen begon ik toch te gillen.Nou zit hij in het café.
Ik vermoed de rest van de week ook.

DSC00391

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *